Column Frank, de miniorenouder

2 jan’18 Door de redactie / Ronald Veenstra

Van Ronald Veenstra ontvingen we een column die bestaat uit vier delen waarin hij enkele suggesties doet om het miniorenzwemmen in Nederland een impuls te geven. Hierbij deel 1.

Frank is een vader die ik leerde kennen toen ik voor het eerst sinds jaren weer eens training ging geven bij de plaatselijke zwemclub. Zijn kinderen vonden het zwemmen als tweede sport naast het turnen en het voetballen best aardig om te doen. Vader Frank vond dat zwemmen maar niks. Hij deed zijn werk als vrijwilliger bij de georganiseerde wedstrijden en was best betrokken, maar zeker niet enthousiast over de sport.

Ik snapte hem niet.

Op een zaterdag morgen in oktober , koud en met zo nu en dan regen toog ik na de zwemtraining naar het voetbalveld. Mijn neefjes speelden er een wedstrijd. Ik wilde graag mijn belangstelling tonen, maar in de kou en de regen stond ik kleumend te bedenken waarom het zwemmen, het zo rond mijn zeventiende, had gewonnen van het voetballen. Dat vreselijke weer speelde zeker een rol.

Frank was er ook.

Frank zijn zoon  speelde in hetzelfde team als mijn neefjes. Ik kende hem niet terug. Enthousiast stond hij mee te schreeuwen en zijn zoon aan te moedigen. Tweemaal 20 minuten lang zag ik een vader vol vuur en vol belangstelling voor zijn zoon. Geweldig om te zien. Wat zou ik graag dat enthousiasme zien bij de wedstrijden van zijn kinderen in het zwembad.

Ik ben vanaf toen eens gaan nadenken over hoe kinderen en met name ook ouders kennis maken met onze sport.  Je kind komt op de zwemclub en tijdens zijn eerste wedstrijd rijdt je op een zaterdagmiddag, vaak ook nog laat in de middag, naar een wedstrijd die met inzwemmen en alles er op en er aan toch zeker twee en half uur duurt. Je zit als ouder maar ook als beginnend zwemmer vooral te wachten. Vervolgens zwemt het kind tweemaal een baantje waar het ongeveer een half minuutje over doet. Kortom met reistijd en alles er op en er aan ben je vier uren onderweg voor een minuut zwemmen. Bovendien had menig ouder zijn kind op dat tijdstip al lang in bed willen hebben terwijl ze net wegrijden bij de zwemwedstrijd.

Kun je ouders en zwemmers in deze tijden nog sneller allergisch maken voor een sport ? Gelukkig valt het in een aantal gevallen best mee en blijven er heus wel kinderen kiezen voor wedstrijdzwemmen. Wel steeds minder, als ik de informatie op de inspraak dag voor  trainers van de KNZB mag geloven. Sterker nog, de afname in ledenaantallen betreffende jonge leden is alarmerend.

Bieden wij onze kinderen wel genoeg ? Kan dat nog? Een wedstrijdformat van dertig jaar geleden in deze tijden van snelheid en werkdruk ? Kan een traditionele breedtesport met het huidige wedstrijd aanbod nog wel de concurrentie aan met moderne sporten die veel meer aansluiten bij moderne tijd ?

Het antwoord zal duidelijk zijn. Nee natuurlijk niet! Maar… Hoe kan het dan wel? Wordt vervolgd….

 

 

2 Comments on “Column Frank, de miniorenouder”

  1. Hallo Ronald,
    Zeer herkenbaar en aangezien er nog drie delen van je column komen zal ik nog niet het gras voor je voeten wegmaaien.
    Hopelijk dat de omgeving van de zwem verenigingen (accommodatie verhuurders, politiek e.d.) dit ook lezen en samen met de zwem verenigingen het tij willen keren?

    gr. Rob

  2. Er komt meer maar schroom niet om te reageren en je mening te geven. De vorm van een column geeft niet heel veel ruimte om allerlei ideeën uitgebreid uit te gaan leggen. Maar het moet anders en vanuit die discussie moet een modernere aanpak ontstaan. Dus schroom niet en spui je ideeën en vanuit die discussie kunnen we wat mij betreft de diepte in Qua beleid en structuur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *